Soms zit een groot opvoedvraagstuk verstopt in een klein, wekelijks moment. In dit geval ging het om een meisje van zes. Een heerlijk confettikind. Bruisend, enthousiast, gevoelig, pietje precies en natuurlijk met een sterke wil. Op woensdag speelt ze altijd bij oma en dat is feest. Ze heeft het daar enorm naar haar zin. Kleuren, spelen, buiten rommelen, alles mag net even op de oma-manier. Maar dan komt papa haar ophalen. En tsja, daar begint het trammelant. Ze wil niet mee, ze schreeuwt, weigert en protesteert met alles wat ze in zich heeft. En vader? Die voelt bij binnenkomst de bui alweer hangen. Daar gaan we weer. Zucht.
Oh yes, dit is dus exact het punt waarop ik nieuwsgierig word. Want als gedrag elke week terugkomt, dan is het niet zomaar even ‘lastig’ meer. Dan is het een patroon. En ik ben dol op patronen. Niet omdat patronen makkelijk zijn, maar omdat patronen ons iets vertellen. Ze nodigen ons uit om te stoppen met reageren op de automatische piloot en even op de pauzeknop te drukken. Wat gebeurt hier nou eigenlijk? Wat vertelt dit gedrag? Wat heeft het meisje nodig?
Druk op je pauzeknop
Toen we gingen inzoomen, zagen we iets belangrijks. Vader stond vrij plotseling voor haar neus terwijl zij nog heerlijk zat te kleuren. In haar hoofd was ze nog helemaal niet bezig met vertrekken. Ze wilde haar kleurplaat afmaken. En als pietje precies kon dat zomaar nog een uur duren. Daarbij vroeg ze zich ook af of alle spullen van buiten wel mee waren. Je zag bijna in haar ogen: hè shit, dit had ik niet verwacht. Ik ben nog niet klaar. Ik wil nog niet weg.
En dan kun je misschien denken: ‘kom op zeg’. En ‘doe niet zo dwars’. Maar wat haar gedrag eigenlijk vertelt: ik ben de kluts kwijt.
Confettikinderen hebben vaak sterke basisbehoeften. De drie basisbehoeften verbinding, veiligheid en autonomie spelen een grote rol. En bij dit meisje zagen we vooral een behoefte aan veiligheid (en daarin dus duidelijkheid) tijdens de overgang. Want overgangsmomenten kunnen echt enorm veel vragen van kinderen. Van oma naar huis. Van spelen naar opruimen. Van kleuren naar jas aan. Van vakantie naar school. Sommige kinderen schakelen soepel. Andere kinderen hebben extra houvast nodig. Niet omdat ze dit zelf zo graag willen, maar omdat hun systeem tijd nodig heeft om mee te bewegen.
Van onvoorspelbaarheid naar voorspelbaarheid
Dus gingen we het niet groter maken. juist niet. We maakte het simpeler en behapbaarder. Het ‘plotselinge’ moest eruit. Dit maakte het voor haar onvoorspelbaar en we weten dat heel veel kinderen het daar juist niet lekker op doen. Dus ‘plan de campagne’: oma kondigt voortaan een kwartier van tevoren aan dat papa bijna komt. Ook houdt oma er rekening mee dat ze dan niet net meer aan een groot kleurproject begint. Als papa binnenkomt, is er een vaste volgorde. Papa begroet haar rustig. Daarna doet ze samen met oma haar schoenen aan in de gang. Oma heeft haar spulletjes al gaandeweg door de dag heen verzameld en in haar tas gedaan zodat er geen chaotische zoektocht plaats hoeft te vinden.
En dan komt het afsluitende ritueel. Een high five voor oma. En natuurlijk een snoepje. Zoals een echte oma betaamt. Dat lijkt misschien klein, maar voor dit meisje werd het een ankerpunt. Een voorspelbaar einde. Een veilig bruggetje tussen “ik ben bij oma” en “ik ga met papa mee”.
Ook over de auto maakten ze afspraken. Ze mocht zelf haar riem vastdoen. Heel belangrijk, want autonomie is voor dit meisje goud waard. Papa hielp haar verder rustig de auto in.
Sparteltijd
En toen? De eerste twee keer ging het nog niet zonder slag of stoot. Logisch. Ook een nieuw plan vraagt schakeltijd. Kinderen moeten wennen aan een nieuw patroon, net zoals volwassenen. En soms gaat dit gepaard met wat verzet, oftewel sparteltijd. Dit vraagt van ons verdragen en vertrouwen dat dit gaandeweg beter wordt. Maar na de derde keer wist ze eigenlijk al wat er ging komen. Ze wist hoe het afscheid zou verlopen. Ze wist wat haar te doen stond. En precies dat gaf veiligheid.
Waar onveiligheid vaak zorgt voor grip zoeken, weigeren, controle pakken en verbaal protest, zorgt veiligheid juist voor buigzaamheid. Voor flexibiliteit. Voor meebewegen. Meisje blij. Papa blij. En natuurlijk oma.
Dit is zo’n mooi voorbeeld van een kind dat niet “gewoon moeilijk doet”, maar iets laat zien. Geef mij duidelijkheid. Geef mij voorspelbaarheid. Geef mij een beetje regie. Help mij door deze overgang heen.
Dus als jouw kind steeds op hetzelfde moment vastloopt, zoom dan eens in. Druk eerst bij jezelf op de pauzeknop. Niet meteen corrigeren. Niet meteen overtuigen. Niet meteen harder praten. Maar observeren. Wanneer gebeurt het? Wat ging eraan vooraf? Welke overgang wordt er gevraagd? Welke behoefte raakt hier in de knel?
Want terugkerend gedrag vraagt vaak niet om een hardere aanpak. Het vraagt om beter kijken. En vaak zit de oplossing niet in iets groots maar juist in (voor ons) simpele kleine dingen. Een aankondiging. Een ritueel. Een beetje autonomie. Een voorspelbare volgorde. Precies genoeg veiligheid om weer mee te kunnen bewegen.
Wil je meer lezen? In mijn boek Confettikinderen (te bestellen via deze webshop bij shop) kun je nog veel meer voorbeelden en tips lezen rondom het bieden van o.a. veiligheid.

